Inhouden en Afwachten, Moeders en Maandvrouwen, Pittige Pita, Kraai en nog meer

Vanochtend tijdens mijn ochtendritueel kreeg ik een hernieuwd inzicht: me inhouden en afwachten zijn ingebakken bij mij. Het zijn twee eigenschappen die goed van pas kunnen komen, maar die ook heel ondermijnend kunnen zijn. Dat laatste deden ze tot voor kort weer eens langer dan mij lief is. Tjongejonge.
Dat inhouden heb ik van mijn vader, dat afwachten van mijn moeder – hoe ’n dobber zij daar ook aan had, ze deed het eindeloos. Onder meer wachtte ze op de tijd dat zij en mijn vader weer volop samen zouden gaan fietsen. Die tijd kwam niet, want hij overleed ver voor zijn pensioen en zij bleef als 48-jarige weduwe achter met drie flinke dochters en een klein jongetje van zes. Ik was de derde dochter, zestien jaar oud.

In het kader van ‘ontdek aanwijzingen voor jouw levensmissie in wie je vader en moeder zijn’ raad ik je aan om – zo lang ze er nog zijn – je ouders te bevragen over hun leven. Je gaat er zoveel van begrijpen over haar en hem, over jezelf, over het niet-maakbare van het leven. En je compassie bloeit op: voor hen en voor jezelf.
Het resultaat van mijn interview met mijn moeder, opgetekend een aantal jaren voor ze op 92-jarige leeftijd overleed, kun je hier lezen. (Neem er de tijd voor, als je het wilt te lezen; voor hapsnap tussendoor leent dit document zich niet.)

Degenen die mij al langer volgen, weten dat ik al jaren het pad van de 13 Wijze Maandvrouwen bewandel. Dit zijn 13 Oermoeders, ‘Clanmoeders’ uit indiaanse overlevering, die samen de kwaliteiten en talenten van het vrouwelijke vertegenwoordigen. Ik geef er elk jaar een jaartraining over van 13 zaterdagen, van januari tot januari.

N.B. Vanaf september bied ik ook de mogelijkheid van een ‘losse’ wijze vrouwen-ochtend (of middag of avond) aan het begin van elke maand. Ik help je om je af te stemmen op de betreffende maandvrouw, zodat je haar de rest van de maand als inspiratiebron met je mee kunt laten wandelen. Interesse? neem contact op, dan heb je mogelijk inspraak in welk(e) dag(deel) het wordt! Zegt het voort! Details volgen nog.)

In juni is ‘Verhalenvertelster’ de vrouw van de maand. In het kielzog van deze Wijze Vrouw ontmoette ik een deel van mijzelf dat zich aandiende als Pittige Pita. Zo maakte ze zich kenbaar:

Ik ben Pita. Riet kent mij nog niet heel goed. Maar oh, ik ben er al zo lang. Ik wacht mijn tijd af. Ik ben er en blijf, ook al heeft Riet het zo lang al druk met ba-lan-ce-ren, het-juiste-doen, aardig-gevonden-willen-worden, meegaan-met-de-stroom. Dat heeft veel moois gebracht, daar niet van, maar genoeg is genoeg. De tijd is rijp. De tijd is rijp voor mij: Pita de Pittige. Ik zorg ervoor dat ze van binnenuit zegt waar het op staat. Vertrouwend op haar eigen, opgebouwde levenswijsheid en gevoel voor natuurlijke balans. Natuurlijke balans is écht iets anders dan vlees noch vis, tussen twee uitersten de comfortzone kiezen, ingegeven door ideeën en concepten.
Ik ben Pita de Pittige. Ik zeg waar het op staat. Ik ben recht voor mijn raap. Soms kom ik hard over, ja. Maar ik houd mij er niet mee bezig hoe ik overkom. Ik ben aan-we-zig, hier en nu. In contact. En ik zeg wat ik zie, denk, voel.
Met mij kun je vaak zat ook lachen. Omdat ik precies benoem wat er speelt, waar omheen werd gedraaid tot ik er mijn zegje over deed. Bevrijdend lachen. Dat is het effect dat ik vaak heb. Is het niet op de omstanders, dan toch op de brave Riet. Of de Verlegene, of de Verstandigste.
Ik ben Pita de Pittige, geschoold door Riets moeder, die een mond had zonder blad ervoor. Mijn leermeesteres.

Ze heeft me immens geholpen, de afgelopen juni-weken. Met overtuigingen waarmee ik mij inperk, maakt zij korte metten. Ik voel weer ruimte, mijn innerlijk vuur krijgt zuurstof: ik adem vrijuit en heb plezier.
Misschien heb jij ook zo’n ‘subpersoon’ die binnen in je staat te trappelen om uit de kast te mogen? Of eentje die tegen jouw zin zoveel ruimte inneemt, dat je er niet aan ontkomt hem/ haar eens expliciet aan het woord te laten, om zodoende weer in balans te komen? Tip: doe ‘ns een sessie ‘Voice Dialogue’, waarin ik je zo coach, dat je gegarandeerd luistert naar de innerlijke stem(men) die zich roeren. Anderhalf uur ruimte voor je pure natuur, met een flinke boost voor de wijsheid die je in je hebt. (Lees bijvoorbeeld de ‘recensie’ van Gabriëlla, die laatst bij me was en me achteraf deze testimonial stuurde.)

Ik wens je een fijne zomer, met de groeten van het dier dat vandaag opvloog uit mijn krachtdierenverzameling: de Kraai.


Wordt vervolgd.

Wat de LIBEL mij leerde

Hierbij de tweede in een nieuwe serie blogs, waarin ik je de betekenis presenteer van de krachtdieren die ik ontmoet heb. 
Eigenschappen van de libel: Ik ben een primitief insect van 300 miljoen jaar oud en heb me vanaf oertijden tot nu praktisch ongewijzigd gehandhaafd. Ik heb stijf uitgespreide vleugels en een recht, kleurig lijf. Als keizerlibel ben ik blauw. Ik heb enorme, samengestelde ogen, die uit wel 30.000 facetten bestaan. Facetogen geven een uiterst breed zicht op de wereld, ze kunnen waarnemen in alle richtingen en zien bewegingen zeer goed. Zicht is mijn belangrijkste zintuig.
Een gevleugelde strijder ben ik; ik vang mijn prooi tijdens het vliegen. Agressief, met naar voren gerichte poten en krachtige kaken met haakjes. Mijn bouw is volledig aangepast aan deze kwaliteit. Mijn borst kan tegen een stootje.
Ik baken mijn territorium duidelijk af en heb van anderen nagenoeg niks te vrezen. Tijdens het paren vormen we als mannetje en vrouwtje een tandem; we werken nauwgezet samen. Mijn leven begint in het water.

De boodschap van Libel
Door alert naar alle kanten te kijken, je ogen goed te gebruiken, krijg je een heel breed zicht op je mogelijkheden. Blijf kijken, kies je territorium uit en baken het af.
Kijk of er water is om jouw eitjes in te leggen. Verspil geen energie als dat niet zo is.
Wat je van mij kunt leren, is agressie! Ook als het spannend en beladen is voor je, weet dan dat ook jij deze naar-voren-gerichte kracht in je hebt. Ga recht op je doel af, en verover zo een voor een je doelen. Voorwaarts, staccato, duidelijk. Ik help je, niet te vervallen in oude patronen van onzekerheid of angst. Ik adviseer je, geen weigerachtigheid of luiheid van jezelf te accepteren. Ik roep je op om door te gaan met wat je begonnen bent en door te gaan waar je eerder niet verder kwam en terugzakte in iets bekends.
Wat je in je hebt is al eeuwenoud en het mag nu vorm krijgen en gecommuniceerd worden.
Werk samen met (je) partner(s); samen vorm je een enorme power.
Als jij je openstelt, komt het naar je toe.

De valkuil: Pas op voor eenzijdig actief zijn in je hoofd, en voor al te primitieve rechtlijnige agressie. Blijf kijken!

Spindokter

IMG_20160526_152030Op Schiermonnikoog was ik, met zeven vrouwen. Ik gaf een retreat waarin we het medicijnwiel doorliepen. Elk van de vier windrichtingen en de bijbehorende kwaliteiten waren leidraad. Wat een rijke tijd met elkaar! Sharing is quickening. Ieder ging met nieuwe energie en vergezichten naar huis. En de inspiratie kwam zeker niet alleen van ‘wij mensen onder mekaar’ met ‘all our stories’, zoals Eckhart Tolle ons geworstel binnen de menselijke conditie gniffelend noemt. Het eiland, de wind, de dieren, de struiken, bomen, het zand, de zee… ze werkten allemaal mee.

En nog, terug in de stad en het dagelijks leven. Mijn natuurlijke ‘bondgenoten’ zijn er altijd, zoals voor ons allemaal… als we ons ervoor openen en ervoor kiezen een relatie met ze aan te gaan.
Een voorbeeld. Net nog. Ik veeg de gang aan, terwijl er wat actuele zorgen rondbanjeren in mijn hoofd en wat komt daar tevoorschijn? Een spin. Nou wil het geval dat ik op mijn sjamaanse leerweg een tijdlang afgekeken heb hoe een spin leeft, naar zijn aard. ‘Groeien tegen de verdrukking in’ is dé centrale slogan die sindsdien meteen bij mij opplopt als ik een spin ontmoet. Maar er is meer. Dus kom, dacht ik, laat ik de hele boodschap die ik van Spin ontving nog eens opduikelen. Welk ‘medicijn’ (=helende krachten) kreeg ik in de loop van de tijd van ‘dokter Spin’? Hier komt-ie.

De boodschap van Spin

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Je bent hier om jouw web te weven, om jouw authentieke vorm te creëren. Gebruik je talenten gerust voor diverse doeleinden. Ook al struikel je op zijn tijd, raak je verstrikt of word je ingesponnen: blijf kijken, bewegen en je draden spinnen.
Jij groeit tegen de verdrukking in. Door de beperking te ervaren van je te krap geworden huid, ontwikkel jij je levendig verder.
Laat oude, benauwde patronen los; durf te vernieuwen. Ook al voel je je kwetsbaar, blijf bewegen.
Wees wie je bent, en voeg desgewenst wat gif (kwaadheid) toe, zodat te verteren is wat je te verhapstukken hebt.
Wissel nieuwe stappen af met wachten. Wees alert aanwezig en je zult merken dat er voedsel komt voor je verdere ontwikkeling.
Eer je verworvenheden, de weg die je hebt afgelegd. Eer de mannelijke energie in jezelf door te blijven ondernemen en eer de mannelijke energie buiten je door samen te werken en elkaar aan te vullen.
Prooi zijn en prooien verslinden: kwaliteiten in één leven.
Leer de duisternis net zo accepteren als het licht. Als we uitstijgen boven onze vooroordelen over hoe dingen ‘zouden moeten’ zijn, beginnen we de dingen te zien zoals ze zijn.
De valkuil
Pas op dat je je niet laat inspinnen door platte, beperkte visie op het leven. Laat je niet verlammen door het gif van de scepsis. Laat je creativiteit niet verslinden door al te jachtig uit te zijn op gewin. Vertrouw op het grote wielweb van de schepping!”

Ik vind het fijn om door te geven om wat ik via mijn krachtdieren ontving en ontdekte. Wijze lessen om me steeds weer te herinneren, zeker als er een exemplaar langskomt! Misschien heb jij er ook wat aan. Ik deel in de komende serie blogs van harte mijn totems/ krachtdieren met je.
• En mocht je behoefte hebben aan een inspiratiedag in de natuur, een dag voor jou zelf, met wat er in je leeft en naar buiten wil?
Zaterdag 17 juni van 10.00 tot 17.00 uur in Ooij bij Nijmegen: Zomers Zichtbaar.
Actuele actie: Kom je samen met een vriendin/ moeder/ dochter/ zus, dan betaalt zij de helft
(€ 40,- ipv € 80,- voor training incl. btw en lunch). Of allebei € 60,-. Of jij geeft haar zo’n dag cadeau… (voor meer info: zie item 3 http://rietvanrooij.nl/agenda-2017)
• Ik heb er superveel zin in om in september opnieuw een meerdaagse retreat op Schiermonnikoog te begeleiden. Ben je nieuwsgierig? Heb je belangstelling? Laat het me – vooralsnog vrijblijvend – weten en kom met je vragen, dan informeer ik je nader.
• Voor een-op-een coaching zijn alle vragen en verlangens die samenhangen met durven zijn wie je werkelijk bent, de schaamte voorbij, het omarmen van je kracht en je kwetsbaarheid, van harte welkom.
Ik werk met de energie van je innerlijke stemmen, met opstellingen in de vier windrichtingen van het medicijnwiel, met innerlijk reizen, de werking van ouders en voorouders als je leraren. Met de betekenis van ongeboren leven en de levens die voorbij zijn. Met de kracht van je innerlijke bestemming.
• Voor vragen en aanmeldingen: rietvrooij@hetnet.nl / (024) 3229722

*In indiaanse talen worden de namen van levende wezens en natuurkrachten met een hoofdletter geschreven. Om het respectabele van hun eigenheid als levensvorm tot uitdrukking te brengen.

Vergelijken, Delen, Vermenigvuldigen… of: van Bomenpraat en Mensenwerk

‘Van mijn wortels moet ik het hebben’, ving een van de vrouwen afgelopen zaterdag op van een boom. Daar had ze een persoonlijke boodschap aan. Ze wist meteen waar dat op sloeg, in een periode met heftige gebeurtenissen, verwarrende veranderingen, de dood zo dichtbij: ‘Van mijn wortels moet ik het hebben, ja. Waar ik vandaan kom, wat ik van mijn ouders meekreeg, dat wat ik in mijn basis heb … dáár heb ik nu wat aan!’

IMG-20170315-Waterwilgklein
Prachtige lentedag gehad, vorige week in de uiterwaarden, met een stel vrouwen. Met regen, wind, loslopende runderen en paarden, de rivier. Met innerlijk vuur, erkende hoop en verlangen. Kwetsbaarheid en kracht. Rijk aan inspiratie vanuit de natuur en elkaar.
We gingen onder andere in conclaaf met een gehavende boom, een waterwilg in volle bloei, voor een derde geveld door de storm van laatst.
Eerst kennismaken. Je benadert de boom nieuwsgierig, als een ander wezen van een bevriend volk – het Staande Volk, zoals de indianen het zeggen. En dan afstemmen, je inleven, openstaan voor wat dit ‘Boomwezen’ overbrengt.

Een ander, die deze boom al zoveel vaker had gezien, zag dit: ‘Wat te zwaar was, heeft ze losgelaten. Lichter en fierder staat ze nu. Ze is haar ballast kwijt.’ En verdomd, hoe sneu de wond er ook uitziet en hoe jammer het ontbreken van zo’n groot stuk van de vertrouwde verschijning ook is… Ze stáát er, mevrouw Waterwilg. Fier. Lichter. En ze laat meer licht door. Een nieuwe balans in deze lente… mooi!

‘Ook al ben je getekend en gehavend, laat maar zien. Laat zijn wat er is, deel het, lééf het,’ kwam bij mij binnen. Wat een opluchting gaf dit. De eerlijkheid van Hoe Het Is. Nu. Zo. Telkens weer. Dat dit nu waar is, wat het ook is. Imperfect zijn, gebreken hebben. En dat dat gezien mag worden, geëerd zelfs, herkend in mijzelf. In onszelf, met onze onrust, twijfels, angsten, onze butsen en deuken, uiterlijk en innerlijk…

Door ons ervoor te openen, er aandacht aan te geven, ervaren we wat we innerlijk weten.
Dat wij, net als een geknakte boom, meer kanten hebben – mooie en mindere. Al die gevoelens en gekkigheden die ons echt maken. Fier in onze kwetsbaarheid. De schaamte van jaloezie voorbij… van vergelijken – en onszelf minder vinden, of meer.
Dat zoeken naar eigenheid met een open hart, en die vinden in onszelf in het delen met elkaar: met mensen, bomen, dieren, dierbaren…

rietpluimenlucht6465
Wat houd ik er toch van om daarmee te werken! Niet alleen buiten, in de natuur, maar onder meer ook via ‘soul dialogue’, waarbij je delen van je wezen ontmoet en aan het woord laat.
Intussen gaf ik de eerste van een serie gratis lentesessies onder de titel: ‘Verken je “ikken” en kom thuis in je Zelf.’

‘Wat een mooie sessie,’ schreef D. ‘En wat een uitwerking. Ik wist het al wel met mijn hoofd – maar dan gebeurt er niet zo veel – maar nu weet ik met heel m’n wezen, dat elk deel van mij er mag zijn. Ik omarm. Ik “heb” nu meer en ben toch lichter…’

Er is nog 1 gratis sessie voice dialogue/ soul dialogue te vergeven; bel 024 3229722 of mail me.

• April doet wat hij wil… ik ook: Ik geef weer een ‘medicijnwandeling’: hoe je op sjamaanse wijze te rade kunt gaan bij ‘Al onze Verwanten’ in de natuur. Een individuele, helende struintocht, met afstemming vooraf en bekrachtiging achteraf.
Datum: in samenspraak gepland, een ochtend of middag van drie uur, in april
Kosten: € 40,-
Vóór 1 april aangemeld betekent korting: € 35,-
Lees meer over ‘medicijn’ in medicijnwandeling en medicijnwiel.

De eerstvolgende vrouwencirkel/ inspiratiedag in de natuur in de vierseizoenencyclus is op zaterdag 17 juni in de Ooij, met als thema: de volheid van de zomer… in jou. Zie agenda.

 

Van Fiere Vrouwen, Ratelpopulieren en een Buitenkans – niet zomaar een verhaaltje…

jaarkring600Er zwierven wat losse vrouwen rond, afgelopen vrijdag en zaterdag. Bij de Bisonbaai, langs de Waal, onder de populieren, over de dijk… De een kloste met grote laarzen door het water en voelde zich stoer, de ander zat tegen een boom, hoorde de blaadjes ratelen en kreeg antwoorden op nog niet gestelde vragen. Een derde zat met veel verdriet op een krib bij de rivier en begon een brief aan haar zoon. Weer een ander dwaalde richting het dorp, belandde op het kerkhofje, zag de lucht van blauw naar inktzwart verkleuren en stond stil bij alles wat ze los te laten had.
Allemaal lieten ze zich leiden door ‘Fiere Vrouw’, de – volgens indiaanse traditie – maandvrouw van november: Zij die rechtop gaat, vanuit haar centrum. Zij die geleerd heeft dat kracht en kwetsbaarheid samengaan, in een altijd durende dans.

Deze rondzwervende vrouwen nemen dit jaar deel aan ‘Vrouwenwijsheid aan de rivier’, die ik dit jaar in twee groepen van acht begeleid. Vandaar dat ik een inkijkje heb in wat die verschillende vrouwen daar deden… Want terug in de cirkel, binnen, deelden we met elkaar wat we beleefd hadden en mee naar huis wilden nemen. En ook de energie van de afgelopen maandvrouw, ‘Zij die het Web weeft’, bleef voelbaar: in hoe onze verhalen als draden samenkwamen in het midden. Elk bracht iets in, puur wat er was – stukjes wijsheid die we herkenden, waar we samen om konden lachen, die ons optilden.
Zo nam ieder haar handje bagage mee voor de maand november.
Een klein inkijkje. Waarom? Ik heb geen zin om spetterende, marketingtechnisch kloppende teksten te verspreiden om mijn werk aan te bevelen. Daar word ik intens moe van. Maar voor wie zo’n jaartraject helemaal zou passen – en tot nu gemist heeft dat ik in januari 2017 weer begin – laat ik het hiermee nog even weten.
Eén van de vrouwen van dit jaar schreef me gister, vol melancholie over het naderende einde van haar cirkel: “Ik laaf me aan jouw wijsheid die zo natuurlijk aanwezig is op onze bijeenkomsten. Niks arrogantie en goeroe-gedoe maar gewoon een vrouw die haar eigen pad bewandelt en bereid is dat met mij en de groep te delen. Dat geeft kracht en energie om mijn eigen pad verder te ontdekken.”
Die steek ik dankbaar in mijn zak. Fijne steun om mee te nemen, het nieuwe jaar in.
Veel meer info over de jaartraining van 2017:
jaartraining van 2017

De koffer en de sleutels – over innerlijk leiderschap

Stel, je hebt een koffer. Zo’n mooie, oude bruine koffer met leren hoekjes. Je hebt hem al zolang als je leeft in je bezit. Er zit een groot etiket op. In fraaie lettertypes en verschillende kleuren inkt staan daar woorden en zinnetjes op geschreven. Die woorden en zinnen verwijzen allemaal naar wat jij in huis hebt: de kwaliteiten die je hebt meegekregen, je talenten, je innerlijke weten, je levenskracht, jouw verbinding met de bron waaruit je voortkomt, en je vermogen om van je struikelblokken klompjes goud te maken, het goud van doorleefde ervaring. Kortom: in die koffer zit precies alle bagage die jij nodig hebt om jouw aardse bestaan ten volle te leven, met alles erop en eraan. En het fraaie is: die bagage groeit met je mee.
IMG_0616_kleinZo’n ‘koffer’ hebben we allemaal. Natuurlijk bestaan er vele vormen of vormeloze varianten van, maar voor het verhaal dat ik wil vertellen, vind ik een koffer een mooi beeld. Een schatkist kan ook, maar dat wordt zo’n gesjouw, terwijl je op reis bent. Hoe dan ook, je hebt zo’n bundel potentie als geboortegeschenk meegekregen, en dat weet je. Of ben jij het vergeten…?

Je hebt het druk. Met het dagelijks leven, je werk, de mensen om wie je geeft, je huis, je plannen, alles en iedereen waar je wat mee moet of wilt. Of je zit in een crisis, een overgang, een verlies.
Je ervaart onrust, spanning, angst, stress, verdriet. En verlangen. Je verlangt naar rust, balans, vertrouwen, warmte, plezier. Je wilt zo graag houden van je leven zoals het is, ervan kunnen genieten. Dat lukt maar met mate. Niet genoeg. Niet meer. Te vol, te veel, te erg, te druk.
Dan wordt het tijd dat je je koffer van zolder haalt, of je schatkist uit de kelder. Dat je het stof eraf blaast en hem tadaaa… open maakt! Zodat je (weer) toegang hebt tot jouw innerlijk potentieel om je leven te leven zoals het bedoeld is: met diepgang en plezier.
Hoe? Met de sleutels natuurlijk. Maar waar zijn die? Hoe zien ze eruit? Heb je ze ooit wel gehad, maar ben je ze kwijtgeraakt?

Er zijn mensen die in hun eentje vanuit hun koffer leven. Maar volgens mij zijn dat er niet veel. We hebben reisgezelschap nodig, tips onderweg, steun. En passende sleutels om bij onze persoonlijke bagage te kunnen.
Ik ben zo’n type dat bij diverse sleutelboeren heeft aangeklopt om mijn koffer te kunnen openen. Ik heb diverse leraren/ inspirators/ helpers gehad en ik heb veel van ze geleerd. Zo heb ik in de loop van mijn leven een set sleutels verzameld en gesmeed, waarmee ik – linksom of rechtsom – altijd weer mijn koffer in kan duiken en er kan vinden wat ik nodig heb.
Al vanaf ik ging ervaren hoe ik bij mijn eigen bagage kan, ben ik enthousiast om anderen te helpen om bij de hunne te kunnen. Daar houd ik van. En mijn ‘sleutels’ zijn niet uniek. Ze behoren tot het menselijke sleuteldepot, zijn te vermenigvuldigen en delen. Hoe dan ook: mijn sleutels blijken ook te werken bij anderen, en ik blijf er met mensen die bij mij aankloppen, aan schaven en slijpen. Ik heb er inmiddels vele honderden uitgedeeld in de begeleiding die ik geef en in wat ik schrijf.
Sleutels. Ingangen. Wegen om mensen als jij te brengen bij hun eigen weten, bij hun innerlijk vuur, bij hun liefde voor zichzelf en voor het Leven. Als een soort ‘vroedvrouw’ sta ik mensen bij bij de geboorte van een stukje van hun volle zelf, hun oorspronkelijkheid, hun eigen innerlijk weten.

Aan mijn sleutelbos
• Ik kan je bijvoorbeeld in gesprek brengen met je buikpijn, zodat je verstaat wat die zegt. Of met de wijze vrouw in jou of het onbevangen kind. Met je schuldgevoel of je perfectionisme die, na door jou erkend te zijn, best een stapje terug willen doen.
• Of ik laat je ervaren hoe je in de lijn van je voormoeders/ voorouders staat en welke kracht er schuilt in wat je hebt meegekregen.
• Ik kan je terugvoeren naar je geboorteafspraken met je ouders– en daarmee naar de afspraken met je zelf, je wezen; een tip oplichten van de sluier wat je zielsplan is, en de relatie met je ouders ophelderen en helen.
• Ik stuur je de natuur in  en leer  je je aandacht zo te richten, dat je antwoorden op actuele vragen kunt ontvangen via een boom, rivier, de wolken, een vogel, een ree…
• Door je op te stellen in het wiel van verandering met z’n vier windrichtingen, laat ik je ervaren waar je vandaan komt en waar je naar op weg bent – en hoe je thuis kunt komen in het Nu.

Kathalijn:

Goed genoeg is ook goed, weet ik nu. Jij geeft alle ruimte, zodat kan komen wat komen wil en dat het goed is. Ik heb niet de illusie dat mijn valkuilen er nooit meer zullen zijn, maar ik raak niet meer in paniek en heb vertrouwen in mijn eigen zelfsturende vermogen. Ik kan nu op adem komen met mezelf. Therapie is het niet voor mij. Het gaat niet om genezen in westerse zin. Door de handvatten die jij geeft, leer ik op een andere manier naar mijn leven te kijken en er luchtigheid en licht in te brengen. Ik accepteer mezelf meer en meer. Dit is wie ik ben.

Emmy:

In de jaartraining wordt een levensader aangeboord; ik ontdek stukjes in mezelf waarvan ik niet wist dat ik ze in me had. Ik voel me al heel lang aangetrokken tot indiaanse vrouwenwijsheid, maar kwam er steeds niet aan toe. Nu kan ik maandelijks wat ik in me heb, mijn waarheid, vertalen naar een creatief ding. Dat levert me heel veel op. Het is alsof ik dat blik met kwaliteiten dat ik altijd al in mijn bezit had, dankzij de blikopener die jij maandelijks geeft, open kan maken. Daarna gaat het vanzelf.

Rutger:

Als ik hard werk, ben ik sneller moe, vatbaar voor stress. Ik kan dan afgevlakt raken, zwaar op de hand worden. Dan ga ik soms juist minder spiritueel afstemmen, hoogstens uitrusten – want er moet nog zoveel gebeuren. Ik zou meer met rust, toewijding en afstemming willen leven. Met vuur van aandacht in het leven willen staan. Leven vanuit het hart, nu. De coachingsessies helpen me daarin. Dat wiel (medicijnwiel/ wiel van verandering) laatst, dat was fantastisch.

Ik leef vanuit een besef dat er een oeroud weten is over hoe te leven, waarom we hier zijn, hoe we vervulling en plezier kunnen vinden in het aangaan van wat we op ons pad vinden.
Ik begeleid voornamelijk vrouwen maar ook mannen in het terugvinden van hun aangeboren, natuurlijke wijsheid, zodat ze met meer energie, vertrouwen en zelfliefde met de uitdagingen van het leven om kunnen gaan en er hun authentieke bijdrage aan leveren.
Ieders eigen innerlijk weten is mijn grootste inspiratiebron om met mensen te werken. Van die eigen wijsheid en waarheid haal ik telkens weer stukjes naar boven en ik geniet ervan hoe verrast en vervuld mensen zijn als ze dat mee-maken.

IMG_20160524_142101
In september vertel ik meer over mijn nieuwe plannen. Een weekend Schiermonnikoog en meer over ‘De koffer’ (of hoe ik het ook ga noemen;-): een individueel traject op maat, in overleg samen te stellen op basis van jouw behoeften en vragen. Kom eens praten. Dan reizen we een stukje samen.

Nu al op de agenda
Zaterdag 17 september: Vrouwencirkel BinnensteBuiten; een inspiratiedag in een kring vrouwen op een prachtplek in de Ooij.(nog een paar plaatsen vrij)
Zaterdag 17 december: idem
Vanaf januari 2017 opnieuw: Jaartraining ‘ Vrouwenwijsheid aan de Rivier’ (aanmelden kan vanaf nu).
En zaterdag 15 oktober, samen met mijn echtgenoot, de workshop: ‘Bouw je eigen sjamanendrum’ (ook nog een paar plaatsen)
Kijk voor meer info op deze site, mail of bel me: rietvrooij@hetnet.nl/ 024 3229722

Van Lieve Rietje tot mispunt en verder (wortels 3; slot)


Over mijn vader kan ik uit eigen ervaring niet veel meer vertellen dan ik hiervoor al deed, hij is al zevenveertig jaar dood. Zestien was ik toen hij stierf, dus ik heb nooit een volwassen gesprek met hem gevoerd. Wat had ik hem graag bij leven beter leren kennen met een zekere distantie, als grote mensen onder elkaar.
De laatste woorden die ik me van hem herinner zijn: ‘Zeg maar tegen mama dat ik niet geopereerd hoef te worden.’ Vreselijke, afschuwelijke woorden waren dat; hun impact sloeg me vol in het gezicht, zonder dat ik ook maar een kik kon geven. Papa sprak ze uit op die dag dat ik hem ’s avonds in mijn eentje bezocht in de longkliniek, waar hij voor verder onderzoek was ondergebracht. We waren al dagen aan het wachten op de uitslag, en de grote vraag was of hij nog geopereerd zou kunnen worden of werd opgegeven. In 1968 werd het k-woord niet uitgesproken tegenover de patiënt, en mijn moeder en wij dochters deden daar onontkoombaar aan mee. Mijn kleine  broertje van vijf werd al helemaal overal buiten gehouden; voor kinderen geen leed alsjeblieft.

Jeanne 1968 - 012 Kerstdiner met papa in de 7 deuren kamer op nr. 150

Kerst in de keuken, 2 mnd voor papa’s overlijden

Dat de woorden waarmee mijn vader me aan het eind van het bezoekuur naar huis stuurde zijn doodvonnis betekenden, besefte ik als vijftienjarige onmiddellijk, maar de zwijgcode was krachtig, ik gaf geen krimp. Op de fiets naar huis was mijn grootste zorg: hoe vertel ik het mama? Ik wist het niet. Meteen na thuiskomst vroeg ik mijn oudste zus of ze met me mee naar boven ging. Boven aan de trap hing een kruisbeeld met een inbedroefde Jezus en ik herinner mij dat ik mij tijdens het beklimmen van de traptreden voor steun en toeverlaat tot Onze-Lieve-Heer richtte. Niet lang daarna raakte hij volledig buiten beeld. Geloven in zijn hemelse inbreng lukte me niet meer.
Samen hebben mijn zus en ik de onheilsboodschap aan mijn moeder verteld en na een week kwam mijn vader thuis. Ongeneeslijk verklaard, uitbehandeld. Maar daar werd niet hardop over gesproken.

Zo’n half jaar later, woensdag na carnaval, werd ik tijdens het eerste uur de klas uit gehaald. De dagen daarvoor was ik met een paar vriendinnen de hort op geweest en we waren gezellig bij Maud blijven slapen. Mijn vaders toestand was weliswaar hopeloos, maar niet terminaal, en wat doe je dan als zestienjarige? Gewoon plezier maken, dus. Maar nu stond ik in de kamer van de decaan. ‘Het gaat helemaal niet goed met je vader,’ zei hij, en na een korte pauze: ‘Hij is vanochtend overleden.’ Even later zat ik op de fiets naar huis. Maud reed naast me om me tot daar te vergezellen. We hadden het er niet over. Het was onuitsprekelijk erg en ongemakkelijk. We hadden feest gevierd nota bene, en nu was mijn vader opeens dood, toch nog onverwacht. Toen mijn moeder mij zag binnenkomen – mijn zussen waren er al – vloog ze op me af en begon te huilen. Dat was ongekend. Ik hield haar vast, troostte haar en voelde me groot.
Mijn vader heb ik niet meer gezien, hij was al opgehaald. Later hoorde ik dat hij die ochtend, vlak voor zijn dood, tegen mijn moeder heeft gezegd: ‘Ik ga.’ Maar niet nadat hij vlak daarvoor, ontzettend benauwd, vloekend rechtop in bed was gaan zitten, ‘godverdomme!’ roepend.

‘Ik roep uit de diepten tot U, Heer, want bij U, Heer is erbarmen. Uit de diepten o Heer roep ik tot U, Heer hoor naar mijn stem. Laat uw oor aandachtig luisteren, naar de stem van mijn smeken…’ klonk het een paar dagen later bij zijn begrafenis. Tantes die ik nog maar zelden gezien had snikten het uit, mijn moeder, mijn zussen en ik zaten met rechte rug en droge ogen flink te zijn. We wisten niet beter. Wel weet ik nog dat ik boos was op die snikkende en sniffende zussen van mijn vader. Hoe konden zij nou zo verdrietig zijn, terwijl ze hem maar twee keer per jaar zagen? Het was mijn vader die daar in die vreselijke diepten moest smeken om erbarmen, van God en alleman verlaten. ‘Een warme bakker,’ zei de pastoor. Jaja, maar nu was hij koud en het grauwe zou nooit meer weggaan bij ons thuis.

Twee tastbare herinneringen heb ik van hem. Zijn schieter, het stuk houten gereedschap waarmee hij de broodbussen de oven in- en uitschoof, en het versje dat hij in mijn poëziealbum schreef toen ik acht jaar was. Het is een van de weinige dingen die hij schreef, afgezien van de hoeveelheid mikken en de namen van de klanten in zijn opschrijfboekje.
poezieversje
Voor mij is dit veel meer dan een poëzieversje dat ik als achtjarig grietje van hem in mijn album kreeg. Ik herken er mijn vaders levenshouding in, dit heeft hij mij voorgeleefd, en ik koester het als een liefdevolle boodschap die me nog altijd vergezelt.
Ik identificeer me graag met mijn vader. Lange tijd vond ik dat ik uitsluitend op hem leek qua karakter: het type stille wateren. Ik ben een vaderskind, jawel, maar wel met terugwerkende kracht. Ik besefte de band met mijn vader pas toen hij er niet meer was en ik ben mij er van bewust dat de dood uitnodigt tot het romantiseren van wat er bij leven was. Het weinige dat mijn vader en ik deelden is in mijn herinnering dan ook bijna niets dan goeds; vaderlijk goeds dat fraai afsteekt tegen – jawel – moederlijk venijn…

‘Adder van een jong,’ zei mijn moeder vroeger tegen me als ik een brutale mond opzette. Of ‘mispunt dat je bent.’ Als ik haar als veertienjarige verbaal van repliek diende door haar een kreng van een mens te noemen, vroeg ze zich woest en hardop af: ‘Heb ik je daarom naar die school gestuurd?’ Het schrijnende is, dat ik haar in die tijd ook werkelijk steeds dommer ging vinden. Niet omdat ik meer ‘wist’ vanuit school, maar omdat ze zo kinderachtig deed als we het ergens niet over eens waren. Overigens kwam ze er, als ze me in het vuur van de strijd had uitgemaakt voor iets lelijks, zo nu en dan even later wel op terug. ‘Dat meen ik niet zo, hoor,’ bekende ze dan, ‘maar je maakte me ook zo giftig!’ Zachtzinnig gingen we bepaald niet met elkaar om. Mijn ervaringen met het gehate felle karakter van mijn moeder hebben me ook in de jaren na de dood van mijn vader nog vaak in zijn richting gedreven; in mijn verbeelding voelde ik me bij hem beter thuis dan bij haar.
mam en ik0001‘Aan jou heb ik nooit wat gehad,’ vertrouwde mijn moeder me een paar jaar geleden nog toe. Geschrokken, maar min of meer gewend aan grof geschut van haar kant, vroeg ik wat ze bedoelde. Weliswaar bleek het niet meer dan mijn weigerachtigheid te zijn een poot uit te steken in het huishouden toen ik nog thuis woonde, maar de toon was als vanouds. Dolken, zou een vriendin van me ze later noemen, als we gezusterlijk onze moederwonden onder de loep namen.
Ze was ook leuk, mijn moeder. Je kon met haar lachen als ze een gekke bui had en haar kunstgebit uitdeed, een hoofddoekje omknoopte en ons als heks achternazat om de keukentafel. En die keer dat ze vond dat we in de meimaand maar eens aan Mariaverering moesten doen en ons op de knieën voorging in gebed. De litanie van Maria, met aanroepingen als ‘mystieke roos’ en ‘ivoren toren’ werd door mijn zusje, de dondersteen van het stel, spontaan geparodieerd door er ‘tinnen vaasje’ aan toe te voegen. Wij in een deuk, mijn moeder ook. ‘Och, duvel maar op, ga maar spelen,’ was haar commentaar. Het hoefde voortaan niet meer, dat vrome gedoe. Stoer was mijn moeder ook. Voor onweer, spinnen of door opa gevangen dode vissen was ze niet bang. Wij ook niet. Niet flauw zijn was het motto, en dat was dat.  Zij leerde ons  zwemmen in de Maas, en het was de gewoonste zaak van de wereld dat we ons er bekwaamden in een forse schoolslag naar de overkant. Als het ene schip net voorbij was en het volgende nog ver weg, waagden wij de oversteek.

‘Zeg het weesgegroet maar op,’ gaf ons mam als antwoord op mijn vraag waar de kindertjes vandaan kwamen. Ook over die vreemde badstof doeken wilde ik de waarheid nou wel eens weten. ‘Voor papa’s been’, had ze altijd gezegd over die lappen met knoopsgaten die geregeld aan de waslijn hingen. Mijn vader had een open been, dus daar zou dat verband dan wel voor zijn, maar toch klopte er iets niet. Het had te maken met geheimzinnige dingen waar zij en mijn zussen over fluisterden. En nu moest ik tot Maria gaan bidden? Wat was dat nou weer voor stoms?! Ik weigerde pertinent, me tegelijk verlegen en terechtgewezen voelend. Maar haar aansporing was geen oproep tot gebed of een variant op het spoelen van je mond als je iets lelijks hebt gezegd, bleek even later toen mijn moeder het bedoelde Mariagebed dan zelf maar opzegde: ‘Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer is met U. Gij zijt de Gezegende onder de Vrouwen en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot…’ Voilà mijn moeders poëtische oplossing om mij in te wijden in het vrouwenmysterie bij uitstek. Zo lief bedoeld en mooi ook wel, als je er geen gewone woorden voor hebt tegenover een achtjarige.
Ze had ons graag op schoot. Lekker kroelen met haar kroost, daar hield ze van. Als je jezelf daar te groot voor vond, werd het uitwisselen van lichamelijke affectie wat lastiger. Zo kon ze je – puur omdat ze het niet laten kon – een flinke klap op je blote bovenbeen geven. Au! Maar ze vond het heerlijk als we kappertje met haar wilden spelen; scheidingen trekken en lekker frutten aan haar hoofd. Daar ging ze echt voor zitten.
Mijn liefde voor boeken komt van haar, ze gaf hem mij met de paplepel in. Waar mijn vaders boekenwijsheid niet verder reikte dan wat de lagere school hem geboden had, las mijn moeder over het leven van anderen in de vele romans die ze van de bibliotheek haalde.

Jeanne en Frans0001Pennenstreken zijn het, een handvol beelden van de twee mensen bij wie ik opgroeide, mijn ouders. Ik doe ze geen recht door deze impressies. Complete mensen waren ze, zoveel gelaagder dan wat ik beschrijven kan. Ik ben me ervan bewust dat mijn ouders mijn hele leven lang met me meelopen en in de meest verrassende toonaarden hun invloed doen gelden. Tot op de dag van vandaag. De thema’s die zij aandroegen, keren in eindeloos geraffineerde variaties terug als inspiratiebronnen, hobbels en valkuilen. Ik zal – of ik dat nu wil of niet – voor een deel herhalen wat zij me voorleefden, me tegen hen afzetten, boos, verdrietig, blij en dankbaar zijn, van koers veranderen, vernieuwen, terugvallen, berusten, doorbreken, loslaten.
Ik begon deze zomerserie omdat ik er plezier in had. Terugblikkend, redigerend en publicerend wat ik  in een persoonlijke queeste opschreef, realiseerde ik me de afgelopen weken dat wat ik eigenlijk wil zeggen, vervat is in het gedicht dat geboren werd tijdens het blootleggen van mijn wortels. Dankbaar en vol respect draag ik mijn woorden op aan Jeanne Goedmakers en Frans van Rooij, en aan alle mensen die bereid zijn om de ouderrol op elkaars zielenpad te vervullen:

Ouders

Identificeren we ons met hen,
dan zijn ze vanzelfsprekend;
onderscheiden we ons van hen,
dan zijn ze raar.

Maken we ons van hen los,
dan voelen ze als vreemden;
gaan we onze eigen weg,
dan verdwijnen ze uit beeld.

Voelen we ons misdeeld,
dan zijn zij de schuld;
ervaren we onszelf als slachtoffer,
dan waren zij de daders.

Erkennen we de pijn in onszelf,
dan krijgen we oog voor wie zij zijn – of waren;
hebben we ons onvolkomen verleden geheeld,
dan zijn we in staat tot vergeving.

Beschouwen we onszelf als zielen in doorgaande ontwikkeling,
dan hebben we hen gekozen als leraren op ons aardse pad.
En vallen we samen met ons bestaan,
dan zijn we dankbaar voor Dat Wat Is.

Ik heb besloten om het hierbij te laten. Mijn persoonlijke geschiedenis is een bron van inspiratie voor wat ik doe, laat, schrijf, coach, leef, maar het is tijd voor nieuwe verhalen. Ik laat ze rijpen in de zomer.

Een nest in een notendop (wortels 2)

[Vooraan beginnen met lezen over mijn geboorte en ontvangst? Klik in de rechter kolom op ‘mijn wortels’ en scroll naar beneden.]

Jeanne 1960 - 011 In de nieuwe winkel

‘Ons Pap’ en ‘Ons Mam’, bij de opening van de nieuwe winkel in 1959

Mijn vader

at stapels boterhammen met spek of suiker. En hij zei: ‘Nou ga ik ’s efkes aveceren,’ wat betekende dat hij ging voortmaken, in een hogere versnelling ging. Maar zulke deftige woorden gebruikte hij niet, en we hadden geeneens een auto. Of de motorbakfiets versnellingen had weet ik niet…
Doordeweeks rookte hij Gladstonesigaretten en zondags Agiosigaren. BVV was zijn voetbalclub en hij hield van de Radetskymars. Op de andere grammofoonplaat die hij bezat stond draaiorgelmuziek. Hij leerde mij bandenplakken en brood bezorgen, net als mijn twee zussen. Met fietstassen vol tarwe, wit en ’s zaterdags ook krentenbrood en een enkel rolletje beschuit, reed ik op woensdag- en zaterdagmiddag naar de Dieskant, helemaal tot waar de schillenboer woonde. Hij was lang en ver, die dijk langs de Dieze, waar mevrouw van Kessel wilde dat je het brood in een theedoek aanbood en niet met blote handen, en waar ’s zomers de boterbloemen en margrieten bloeiden en ’s winters de kou me tot huilens toe voortjoeg. ‘Wa bende toch een lekker worstje,’ zei mijn vader als ik bij hem op schoot zat, mijn ijskoude handen in die grote warme knuisten van hem zodat het pijnlijke tintelen overging in roodgloeiende warmte. Op de andere route die ik vaak reed, keek ik, als ik niet op tijd thuis kon zijn voor het kinderuurtje van 5 uur, bij de laatste klant Swiebertje. ‘Ga toch zitten,’ zei mevrouw de Groot hartelijk, en dan genoten we samen van Swieb, Bromsnor en Saartje op het zwart-wit toestel in de hoek van haar overvol gemeubileerde kamer.

PappaBakkerij_02

In de bakkerij, jaren 50…

Zes baaltjes meel bakte mijn vader in de week. Dat was niet veel, maar het was niet anders. Een grote klant zoals het bejaardenhuis werd om de week door mijn vader van brood voorzien; de andere week was ome Nol, zijn broer, aan de beurt, die een stukje terug aan de Rijksweg zijn bakkerszaak had. Ze hadden het vak geleerd van hun vader, de opa die ik nooit gekend heb. ‘Brood en kleren hebben de mensen altijd nodig,’ hadden opa en opoe van Rooij tegen hun elf kinderen gezegd, en zo kozen de jongens hun vak: drie van mijn vaders broers waren kleermaker, twee van hen, net als hij, bakker.

opoe, opa en kinderen; papa links

Opoe Elisabeth Pennings en Opa Frans van Rooij met hun 11-tal; links mijn vader

De meisjes hadden geen beroep, die trouwden, naaiden, kookten en baarden kinderen. Mijn tantes van vaderskant waren hartelijke, praktische vrouwen. Zachtaardige types, evenals mijn ooms en mijn vader zelf. Enkelen hadden de gave van het woord. Als er een verjaardag was, vertelde oom Martin over vroeger, dat mijn vader als kind altijd zijn schortje verstopte omdat hij dat niet aan wilde voor school, en dat ze met de hondenkar brood bezorgden en konden schaatsen op de Maas. Ook als tante Guus op haar praatstoel zat kreeg de wereld kleur. Opoe van Rooij, die van een boerderij kwam, heb ik net zo min gekend als opa Frans van Rooij, mijn vaders vader. Maar Heintje Pek kende ik wel. Zijn bestaan was een vondst van deze opa: om de kinderen te behoeden voor een val in de kleine Kerkwiel, het diepe water aan de rand van de Kalverschaar, ging het verhaal dat onder dat donkere oppervlak een wezen woonde dat je vastgreep en het water introk als je te dichtbij kwam: Heintje Pek. In mijn verbeelding een soort Gollem met lange tengels en een gemeen smoel. Mooi dat we wel wijzer waren dan daar bij in de buurt te komen!
Van opoe heb ik ooit bij een latere verhuizing van mijn moeder een lepelvaasje uit de afvaldoos gered. Een poos geleden brak het glas, maar de verzilverde ring van de opening bewaar ik plechtig, als tastbaar voorwerp met een verre echo van een van mijn voorouders.

 

Jeanne 1921 - 001

1921: Oma en Opa Goedmakers, mijn moeder (l) en tante Nettie

Mijn moeder

was van burgerlijke komaf. Haar vader, Jef Goedmakers, was beroepsmilitair. Ze zag hem huilen toen Nederland in mei 1940 capituleerde en vertelde meer dan eens hoeveel indruk dat maakte. Mijn moeders moeder gaf ooit, voordat haar vijftal het levenslicht zag, pianoles. Ze had op de kweekschool gezeten, maar moest er vanwege de situatie thuis voortijdig af. Haar vader, overgrootvader Kreté, had een kwade dronk en mijn overgrootmoeder had thuis steun nodig.
‘Als Moeke niet thuis is, is het koud,’ vond mijn moeder vroeger. Als kind was ze huismusserig en verlegen. Als Sjaantje in de verte vriendinnen van haar oudste zus zag aankomen, ging ze gauw een blokje om.

Jeanne 1930 - 002

Jeanne Goedmakers, mijn moeder, spelend op straat in Den Bosch

Na de lagere school ging ze als een van de besten naar de zevende klas, de latere ulo (uitgebreid lager onderwijs), maar na de achtste hield ze het voor gezien. Er was een klein zusje thuis, dat vond ze leuker, en oma kon wel wat hulp gebruiken van een pietje precies zoals zij, haar tweede dochter. Toen er voor Jeanne thuis geen werk genoeg meer was, ging ze bij ene juffrouw Miep in de kruidenierszaak werken.
Pienter en accuraat was ze, die moeder van mij. En een haaibaai was ze ook. Nadat mijn vader met haar getrouwd was en zij ontdekte dat hij een klant met weinig geld – een vrouw met vijf kinderen en manlief in de bak – geen rekening bracht voor het brood van die week, was ze furieus. ‘Die mensen moeten toch ook eten,’ was mijn vaders motief. ‘Ach jij, jij bent niet zakelijk,’ verweet mijn moeder hem. Het eeuwige conflict tussen die twee… Mijn vader goedig, hardwerkend, de eenvoud zelve, mijn moeder de pittige flapuit met standsbesef. Zij keek op tegen de pastoor, de dokter en andere meneren en mevrouwen en sprak over ‘minder soort volk’ als mensen niet aan haar burgerlijke normen voldeden. Mijn vader was een ambachtsman die hield van zijn creaties. ‘Kijk toch eens hoe mooi,’ kwam hij nu en dan de bakkerij uit gestapt met in zijn handen een bijzonder geslaagd ‘knip’, vers uit de oven.
Mijn moeder was een middenstandsvrouw tegen wil en dank. Altijd dubbel belast. Als de winkelbel ging moest ze het voeden van haar kleintjes of het koken van het middageten afbreken. Geïrriteerd stapte ze dan ‘naar voren’, mopperend op de mensen die juist dan naar de winkel kwamen; en het waren niet eens vaste klanten, want die bediende papa met de bakfiets. Na sluitingstijd de vloeren schrobben, slechts één vrije dag in de week – de zondag, voor kerkbezoek, voetballen kijken (hij), bezoek aan oma (zij) – en maar één week vakantie per jaar, in augustus. Dan gingen ze samen fietsen met ons, elke dag een andere route. Of zij ging een dagje naar een grote stad met haar drie dochters. Daar gaf hij niet om.
De drie zussen en de broer van mijn moeder waren zenuwachtige types met harde stemmen en haar op hun tanden – en op hun bovenlip. Oma woonde op een bovenhuis, had een kleurrijk knopendoosje waarmee we als kleinkinderen mochten spelen en at rosbief bij de boterham. Tante Rietje, mijn peettante, nog ongetrouwd, woonde bij haar en zij had nog kinderboekjes van vroeger. Zoals over wilde Roos die haar been brak, vlak voor haar Eerste Communie; zo erg.

Opa Jef Goedmakers

Opa was er al gauw niet meer, maar tot zijn hart het begaf werkte hij bij ons in de tuin en als ik hem hielp met erwtjes zaaien kreeg ik een dubbeltje. Oma werd oud en nog chagrijniger dan ze in mijn herinnering altijd al was. Een deel van haar chagrijn is vast en zeker terug te voeren op haar gefrustreerde ambities, maar ze was hoe dan ook geen lieve oma. Als je haar feliciteerde met haar verjaardag vroeg ze verontwaardigd waarom het in hemelsnaam een felicitatie waard was dat ze weer een jaar ouder was. ‘O, was ik maar dood,’ zong ze spottend, ‘die ik liefheb die krijg ik toch nooit. En die ik niet mag, ja, die zie ik haast elleken dag.’

oma 19700001

Oma Betsie Kreté

Toen ik begin jaren tachtig zwanger was van mijn eerste kind zonder dat ik meende te hoeven trouwen, zei oma: ‘Ze hoeft hier niet meer te komen.’

Zomerserie (1): De in het ganse land schitterende

Juni. Opnieuw de maand waarin volgens indiaanse wijze-vrouwentraditie ‘Verhalenvertelster’ aan de beurt is. Vorig jaar begon ik hier aan het vertellen van mijn levensverhaal, voorgesteld als een zielenreis. (Daarin beschouw ik alles waarvan gezegd wordt dat we er niet zelf voor kiezen – onze ouders, ons lichaam, onze geboorte, onze jeugd, onze afkomst – als precies-goed; de perfecte bedding voor wat we hier komen doen.)
Ik eindigde toen met de mededeling dat ik met de tang geboren werd. Ik beloofde meer, maar tot nu toe paste het niet. Nu wel. In een zomerserie blogs vertel ik de komende weken over mijn roots.
Waarom? Omdat ik er plezier in heb. En omdat alles wat ik weet, waar ik van hou, wat ik mensen te bieden heb, samenhangt met waar ik vandaan kom. Want ook in wat ik anders wil en anders doe, bouw ik voort op mijn wortels. In dat besef heb ik met vallen en opstaan leren houden van het leven: van het gewone en van het mysterie.
‘Het is tijd om eigenaar te worden van wie we geworden zijn,’ las ik laatst. Als ik anderen daartoe kan inspireren door mijn verhaal te vertellen, doe ik dat graag.
[Het cursieve deel vertelde ik al eerder.]

De in het ganse land schitterende

RietjeInKinderwagenMijn leven begon op de beste plek die er was. Het huis van mijn ouders stond op een steenworp afstand van de kerk en aan de overkant lag de Kalverschaar, een wei met koeien. In die driehoek van spiritualiteit, levende natuur en liefde landde ik, met het lichaam van een negenponder, om mijn aardse avontuur aan te vangen. De twee mensen die mijn vader en moeder werden, waren het meest geschikte ouderpaar dat ik had kunnen vinden. Ze vertoonden de ideale mix van kwaliteiten en tekortkomingen die ik me wenste voor mijn plannen. Met hen als bakermat zou ik helemaal aan mijn trekken komen om te leren wat er deze reis te leren viel – en te manifesteren natuurlijk. Want we komen niet alleen halen, maar ook wat brengen. Toch?
Alles klopte aan die twee. Hun familieachtergronden, wat ze deden voor de kost, hun lichamen met het DNA waarvan ik gebruik zou maken, hun karakters en hun lot. Ook de twee dochtertjes die ze al hadden, plus het jongetje dat vele jaren later zijn opwachting zou maken als mijn broertje, hoorden bij het ideaalplaatje waar ik naar op zoek was. Kortom, de omstandigheden en medespelers die mij vergezelden, vormden de perfecte voedingsbodem voor mijn bestaan als Riet van Rooij; ze zouden een gulle leverancier worden van het lief en het leed dat ik meende nodig te hebben.

En gij geleuft dè?! zou mijn moeder zeggen… Ja, ik geef het toe, ik bagatelliseer. De manier waarop ik mijn afkomst hier stuiterend van enthousiasme introduceer is op zijn minst overdreven en in elk geval een grove simplificatie van het mysterie van geboorte, bewustzijn, leven. Maar zit er misschien toch iets in? Is het idee dat er een groter zelf ten grondslag ligt aan ons aardse bestaan onwaarschijnlijker dan dat we volkomen willoos en onwetend in een willekeurige wieg belanden? Is de opvatting dat we louter producten zijn van onze ouders, generatie na generatie opkomend, blinkend en verzinkend, aannemelijker dan dat er een ruimere werkelijkheid bestaat?
De indiaanse traditie vertelt ons poëtisch dat het lichaampje dat onze ouders voortbrengen het kleed is dat we aantrekken voor onze reis door het aardse bestaan. En wie maakt die reis dan? Onze spirituele essentie, onze Orenda: een bewustzijn dat weidser is dan ons aardegebonden mensenverstand en dat deel uitmaakt van Groot Mysterie, het goddelijke principe dat vele namen kent. Dat vind ik mooi. En voor mij persoonlijk is het idee dat een groter en wijzer aspect van ons dan ons menselijke ‘ik’ inbreng heeft in het avontuur waar we bij onze conceptie aan beginnen, een van de rijkste vondsten die ik deed op mijn zoektocht om het leven te begrijpen.

Allemaal mooi en aardig, denk je misschien, en wie weet komen we inderdaad met een reisplan en bijbehorende bagage naar deze aardkloot, maar waarom hebben we daar dan, als we hier eenmaal rondlopen, geen bewustzijn over? Waarom is ons weten versluierd en moeten we het wiel en al het andere opnieuw uitvinden? De oude Grieken zeiden het al: als we geboren worden steken we de vlakte van Lethe over, de vlakte der vergetelheid. Dat is nodig om het leven te leven waarvoor het bedoeld is: ervaren, doorleven, leren, groeien, scheppen; met heel ons hebben en houden vormgeven aan ons bestaan en zo een uniek brokje bewustzijn toevoegen aan het geheel. Zouden we ons van het begin af aan alles herinneren wat onze ziel al weet en wat we zoal aan den lijve willen ondervinden aan kommer, kwel en lichtere kost, dan zouden we niet afdalen in de stamppot van het leven. We zouden er wijselijk boven zweven, en dat voegt niks toe. Onze drang om te leven, om met zintuigen, een hart en een stel hersens ervaringen op te doen in de aardse dimensie is onze drijfveer. Dus nieuwsgierig gaan we op pad…

Nee, ik loop niet voortdurend sereen glimlachend alle pijn en teleurstellingen van het bestaan te trotseren met de slogan ‘daar heb ik blijkbaar zelf voor gekozen’. Jakkes, echt niet. Je moest eens weten hoe ik strompelend en struikelend de zestig heb gehaald. Sterker nog: daar ga ik je iets over vertellen, althans, over hoe mijn avontuur begon en met welke bagage ik de wijde wereld introk. Daarover gaat dit verhaal – in bloglange stukjes.
Ik schrijf niet omdat ik bijzonder ben, welnee, niet meer of minder dan jij. Maar door mijn verhaal te vertellen wil ik, als specifiek exemplaar van onze soort, ter leeringhe ende vermaeck laten zien: Kijk ons toch eens stumperen, vallen, opstaan en ons best doen om zin en betekenis te geven aan ons bestaan.

Het begon al goed. Ik werd met de tang geboren. Thuis. In de jaren vijftig hadden huisartsen nog een verlostang in hun dokterstas. Maar goed ook, anders was het avontuur al afgelopen voordat het goed en wel begonnen was.
‘Dit kind heb je niet zelf gebracht,’ zei de huisarts tegen mijn moeder toen ik eenmaal met vereende krachten naar buiten was gewerkt. Een rare uitspraak, maar mijn moeder citeerde hem altijd letterlijk als mijn geboorte ter sprake kwam. Ze had gefaald in de ogen van meneer den dokter. En ik in de hare, trouwens. Ik kwam zeventien dagen na de uitgerekende datum, was uitgegroeid tot een bonk van een kind – en dat bij zo’n klein moedertje – en bleek ook nog eens een griet te zijn! ‘Papa had graag een jongen gewild,’ vertelde ze. En zij daarom ook. Voor hem, om het goed te maken. Want zij vond het best leuk om er weer een baby bij te krijgen, maar voor mijn vader betekende het weer een mond extra om te voeden. Nu ook de derde boreling een meisje was, viel dat extra tegen, ‘maar’, voegde ze er altijd gul aan toe, ‘toen je er eenmaal was hielden we toch wel van je, hoor.’
FransvRooijSrMet gezwinde spoed werd mijn vader naar de apotheek gestuurd voor een middel tegen de bloeding waaraan mijn moeder ten prooi viel. Op de terugweg fietste hij even bij oma langs om te vertellen dat ze er een dochter bij hadden. ‘Wat doe je dan hier? Maak maar gauw dat je thuiskomt met die medicijnen!’ beet mijn moeders moeder hem toe toen hij vertelde waarom hij op pad was.
In de toedracht bij mijn geboorte kwamen aardig wat thema’s naar voren die als rode draden door mijn leven zouden gaan lopen. Als we dan een soort medescheppers van ons leven zijn, is de manier waarop we ons leven beginnen natuurlijk al geen toeval of een kwestie van pech of geluk hebben; het is een visitekaartje, een eerste presentatie van wie we zijn en wat we komen doen.
In mijn geval – tweeënhalve week over tijd, niet op eigen kracht naar buiten komen – tekende het spanningsveld waarin ‘ja ik wil’ strijdt met ‘nee, toch maar niet’ zich al af…. Toen een astroloog later in mijn leven vertelde, dat ik een horoscoop heb waarin enthousiasme voor de aardse dimensie gepaard gaat met een ‘oh jé, waar ben ik aan begonnen?’, slaakte ik een zucht van herkenning.
Hoe het ook zij, dankzij de vereende krachten die samenwerkten onder mijn geboortegesternte, kwam ik op mijn plek terecht, in het bed van mijn ouders aan de Oude Rijksweg in Orthen, een gehucht dat tegen Den Bosch aanschurkt. De toon was gezet, ik kon mijn hoogstpersoonlijke lied van ja’s en nee’s tegen het leven gaan zingen, zoals we dat allemaal doen naar gelang we gebekt zijn…
Ik kreeg een wiegje, twee volle borsten met moedermelk en drie namen: Maria, Lamberta, Adriana. Met Maria als leidsvrouwe en de peettante waarnaar ik vernoemd werd, bleek ik het in de loop van mijn leven best te kunnen vinden. Lambertus was de naam van mijn peetoom en betekent ‘de in het ganse land schitterende’ – voor minder zou ik het ook gedaan hebben.
Adriana werd de vernoeming naar mijn moeder, en zij blijkt tot op de dag van vandaag de hardnekkigst aanwezige spirituele leraar op mijn levenspad…
Dat mijn roepnaam Riet werd heb ik mijn ouders niet in dank afgenomen. Wat een boerentrienennaam vond ik dat. Maar toen ik me later in mijn leven realiseerde dat ik hetzelfde heet als dat prachtig wuivende gras met zijn pronte pluimen, buigzaam en zacht zingend in de wind, kreeg ik er vrede mee.
Als ons Rietje, de derde dochter van bakker Frans van Rooij en zijn vrouw en winkeljuffrouw Sjaantje – Jeanne – Goedmakers, stak ik die dag in de herfst de vlakte van vergetelheid over en begon ik aan mijn reis naar het onbekende…

Totaal beveiligd ontbijten

HemelseAzorenZit ik net aan het ontbijt tegenover m’n echtgenoot, gaat de telefoon.
‘Met babbeldebabbelde-
babbel van Totaalbeveiliging. Hebt u even tijd?’
‘Voor totaalbeveiliging niet’ pareer ik ad rem.
‘Dan wens ik u een fijne dag,’ sterft haar montere stem weg als ik de verbinding verbreek.
Terwijl ik een volgende hap van mijn geitenyoghurt neem, hoor ik mezelf zeggen: ‘Ik bén al totaal beveiligd, want ik ben nergens bang voor.’
‘Hahaha,’ hikt Hans aan de overkant. ‘Dát had je moeten zeggen.’
Verwonderd bemijmer ik wat ik er daarnet zomaar uitflapte.
Dat ik nergens bang voor ben is echt niet waar; niks menselijks is mij vreemd. Maar toch… Ik had net bij het wakker worden een halfuurtje liggen lezen in Michael Newtons boek De zielenreis. Wat ik daarin lees over ons bewustzijn na de dood en wat we dan allemaal beleven en begrijpen, maakt dat ik me licht voel. Veilig, ja. En een deel van het Totaal van bestaansvormen en bewustzijnsfasen, waar mijn leven als Riet van Rooij een stukje van is.
Hoe een door kpn gechannelde verstoring van m’n ochtendritueel transformeerde tot een flits van Inzicht…
Ook wel eens zoiets meegemaakt?

© Copyright Riet van Rooij - Theme by Pexeto