Vergelijken, Delen, Vermenigvuldigen… of: van Bomenpraat en Mensenwerk

‘Van mijn wortels moet ik het hebben’, ving een van de vrouwen afgelopen zaterdag op van een boom. Daar had ze een persoonlijke boodschap aan. Ze wist meteen waar dat op sloeg, in een periode met heftige gebeurtenissen, verwarrende veranderingen, de dood zo dichtbij: ‘Van mijn wortels moet ik het hebben, ja. Waar ik vandaan kom, wat ik van mijn ouders meekreeg, dat wat ik in mijn basis heb … dáár heb ik nu wat aan!’

IMG-20170315-Waterwilgklein
Prachtige lentedag gehad, vorige week in de uiterwaarden, met een stel vrouwen. Met regen, wind, loslopende runderen en paarden, de rivier. Met innerlijk vuur, erkende hoop en verlangen. Kwetsbaarheid en kracht. Rijk aan inspiratie vanuit de natuur en elkaar.
We gingen onder andere in conclaaf met een gehavende boom, een waterwilg in volle bloei, voor een derde geveld door de storm van laatst.
Eerst kennismaken. Je benadert de boom nieuwsgierig, als een ander wezen van een bevriend volk – het Staande Volk, zoals de indianen het zeggen. En dan afstemmen, je inleven, openstaan voor wat dit ‘Boomwezen’ overbrengt.

Een ander, die deze boom al zoveel vaker had gezien, zag dit: ‘Wat te zwaar was, heeft ze losgelaten. Lichter en fierder staat ze nu. Ze is haar ballast kwijt.’ En verdomd, hoe sneu de wond er ook uitziet en hoe jammer het ontbreken van zo’n groot stuk van de vertrouwde verschijning ook is… Ze stáát er, mevrouw Waterwilg. Fier. Lichter. En ze laat meer licht door. Een nieuwe balans in deze lente… mooi!

‘Ook al ben je getekend en gehavend, laat maar zien. Laat zijn wat er is, deel het, lééf het,’ kwam bij mij binnen. Wat een opluchting gaf dit. De eerlijkheid van Hoe Het Is. Nu. Zo. Telkens weer. Dat dit nu waar is, wat het ook is. Imperfect zijn, gebreken hebben. En dat dat gezien mag worden, geëerd zelfs, herkend in mijzelf. In onszelf, met onze onrust, twijfels, angsten, onze butsen en deuken, uiterlijk en innerlijk…

Door ons ervoor te openen, er aandacht aan te geven, ervaren we wat we innerlijk weten.
Dat wij, net als een geknakte boom, meer kanten hebben – mooie en mindere. Al die gevoelens en gekkigheden die ons echt maken. Fier in onze kwetsbaarheid. De schaamte van jaloezie voorbij… van vergelijken – en onszelf minder vinden, of meer.
Dat zoeken naar eigenheid met een open hart, en die vinden in onszelf in het delen met elkaar: met mensen, bomen, dieren, dierbaren…

rietpluimenlucht6465
Wat houd ik er toch van om daarmee te werken! Niet alleen buiten, in de natuur, maar onder meer ook via ‘soul dialogue’, waarbij je delen van je wezen ontmoet en aan het woord laat.
Intussen gaf ik de eerste van een serie gratis lentesessies onder de titel: ‘Verken je “ikken” en kom thuis in je Zelf.’

‘Wat een mooie sessie,’ schreef D. ‘En wat een uitwerking. Ik wist het al wel met mijn hoofd – maar dan gebeurt er niet zo veel – maar nu weet ik met heel m’n wezen, dat elk deel van mij er mag zijn. Ik omarm. Ik “heb” nu meer en ben toch lichter…’

Er is nog 1 gratis sessie voice dialogue/ soul dialogue te vergeven; bel 024 3229722 of mail me.

• April doet wat hij wil… ik ook: Ik geef weer een ‘medicijnwandeling’: hoe je op sjamaanse wijze te rade kunt gaan bij ‘Al onze Verwanten’ in de natuur. Een individuele, helende struintocht, met afstemming vooraf en bekrachtiging achteraf.
Datum: in samenspraak gepland, een ochtend of middag van drie uur, in april
Kosten: € 40,-
Vóór 1 april aangemeld betekent korting: € 35,-
Lees meer over ‘medicijn’ in medicijnwandeling en medicijnwiel.

De eerstvolgende vrouwencirkel/ inspiratiedag in de natuur in de vierseizoenencyclus is op zaterdag 17 juni in de Ooij, met als thema: de volheid van de zomer… in jou. Zie agenda.

 

Van breikrans tot stenencirkel

Februari_2592Daar zaten ze, de verzamelde vrouwen van de jaarcirkel, op de dag van de tweede maandvrouw, Wisdom Keeper ofwel ‘Zij die de Wijsheid bewaart – en bewaakt’. Eerst maar eens om beurten vertellen wat de maand met ‘Zij die met Verwanten spreekt’ aan het licht had gebracht. Ieder had iets gemaakt, gezocht of gevonden wat symboliseerde of samenvatte waar het voor haar om ging. Een collage vol stille betekenis, een popje van vilt met vossenoren, gemaakt door een vrouw die de vos als krachtdier ontmoet had. Een boekomslag met een afbeelding en een titel die wonderwel weergaf wat de vindster ontdekt had; de inhoud van het boek leek haar niks, maar de boodschap was raak. En dan de hoepel, nog oningevuld, maar vol belofte van wat er allemaal in en aan gehangen kon gaan worden dit jaar.

Een van de vrouwen had een wandelstok willen maken; ze zou iedere maand een nieuw stukje versieren. Maar het eind hout dat hem worden moest brak al snel, en ze bezon zich op een alternatief. Ik ga een sjaal breien, bedacht ze, elke maand weer een strook in de kleur van de maandvrouw. ‘ Ik ben helemaal niet handig,’ bekende ze terwijl ze in haar tas dook, om vervolgens een prachtig speels oranje breisel tevoorschijn te toveren, versierd met veertjes, kraaltjes, steentjes… het begin van een sjaal-vol-verhaal, waaraan maand na maand een passage zal worden ingestoken, omgeslagen, doorgehaald en afgelatengegaan … of hoe zeg je dat;-).
‘Ik had een steek laten vallen,’ vertelde Breivrouw, ‘maar net toen ik de boel wilde gaan uithalen om hem op te vangen en van daar af de opnieuw te beginnen, besefte ik dat dat helemaal niet hoefde! Ik mag best een steek laten vallen,’ hield ze zichzelf triomfantelijk voor.
Lachend van plezier en herkenning vierden we de val van het perfectionisme…

‘Zij die de Wijsheid bewaart’ is onder meer de Hoedster van Stenen, die binnen het sjamanisme ook wel  de bibliotheken van Moeder Aarde worden genoemd. Gesteente houdt energie vast, en zo bewaren stenen de herinnering aan al wat er op aarde ervaren, geleefd en geleerd wordt. Met de intentie om je te laten roepen door een steen – dus niet naarstig zoeken, maar je openstellen en erop vertrouwen dat je oog op een steen valt die je aanspreekt – gingen de vrouwen na de introductie van de nieuwe maandvrouw op pad. Elk had haar al in zichzelf ontmoet tijdens de innerlijke reis van die ochtend, en had zicht gekregen op een herinnering die op dit moment in hun leven betekenis had. Welke boodschap-voor-nu bevatte juist deze herinnering? Dat zou helder worden of zich verder verdiepen in de ontmoeting met een steen.

Na anderhalf uur struinen kwamen ze aanzetten, hoor. De een droeg een prachtig gelaagd steentje in haar hand, de ander zeulde een kei van jewelste in haar rugzakje met zich mee naar binnen. Licht, donker, spits, zacht… alle stenen die waren meegekomen gaven een stukje wijsheid prijs, nadat de vrouwen in conclaaf waren gegaan met de clanmoeder van dienst. Over het belang om je te laten zien, over lichter mogen leven, over vertrouwen op de kracht van je hart, over de belofte van een nieuwe fase vol helende ontdekkingen… Dit laatste nota bene voor de oudste van de kring, die eerder dacht dat ze rond was, alles doorgewerkt en klaar…

Grijs is de kleur van de Bewaarster van Wijsheid. Hoe dat zo? Is dat niet grauw en somber? Heus niet. Grijs staat hier voor neutraal, vol respect en open naar andere standpunten, niet per se hakend aan opvallende kleuren, grote verhalen, uitgesproken meningen.
De soep voor tussen de middag – elke maand een andere, door mij gebrouwen in de kleur van de maandvrouw – was witlofsoep met grijze garnalen. Neutraal van kleur, maar met een vleugje zoet van de ui, een vleugje fris van de bleekselderij en een vleugje bitter van de witlof. Als het leven zelf;-)

Ik geniet. Van stenen, soep en struinen met een stelletje vrouwen, in leeftijden tussen de eenenveertig en de eenenzeventig,  op een doodgewone Nederlandse zaterdagmiddag op zoek naar vrouwenwijsheid aan de rivier…
Heel soms maar hoor ik spottende stemmen in mijn binnenste. Wat ze zeggen?
‘Die is niet goed wijs.’

Meer over de  kwaliteiten van deze maandvrouw? Of over de eerstvolgende ‘Binnenstebuitendag’, een open vrouwencirkel van één dag in mei? Of over andere workshops dit voorjaar, met binnen- en buitenwerk? Zie: rietvanrooij.nl

Vragen, of reacties op dit blog? Graag!

Opoe en de kier

‘Looks far’, heet de wijze vrouw van april volgens indiaanse traditie. Voor de Nederlandse versie van het boek waarin die dertien wijze maan(d)vrouwen beschreven staan, is dat vertaald met ‘Zij die vooruitziet’. Dat vind ik te beperkt, zeker als ik lees wat er allemaal onder haar auspiciën valt. Tjongejonge. ‘Zij die weids kijkt’, zou ik zeggen. Zij ziet, voorziet, ziet vooruit, doorziet en droomt – zowel bij dag als bij nacht.
Ze spoort ons aan om goed te kijken naar de zichtbare werkelijkheid en haar details, maar ook ‘achter’ dat wat onze ogen waarnemen. Erdoorheen.
Een sfeer, een herinnering, een droom.
Zij is ‘Poortwachtster van de Kier in het Universum.’ Die kier, die ‘crack in the universe’, waardoor we naar andere dimensies van bewustzijn kunnen reizen. Of we vangen er zomaar een glimp van op…

Laatst reed ik aan de Gelderse noordkant langs mijn geliefde rivier de Maas, steeds dichter naar mijn geboorteplaats Orthen, een lintdorp dat al heel lang ingelijfd is door Den Bosch, maar waar de Maas zo dichtbij ligt, dat wij er ’s zomers gingen zwemmen. Het licht, de lucht, de rivier… er hing iets dat me heel zacht aanraakte, en me een gevoel gaf dat ik hier thuishoorde. Wortels, geboortegrond.
Even later zag ik aan de overkant van het water het plaatsnaambordje Maasdriel staan, en dat thuiskomgevoel verdiepte zich. Hier kwam mijn grootmoeder vandaan! Ik heb het brave mens nooit gekend, maar de verbinding is er. Opoe. Zestien kinderen gebaard, waarvan er dertien in leven bleven. Aardappelen schillen, boontjes doppen. Verhalen van eenvoud.
Inmiddels ben ik zelf grootmoeder van een kleindochter. Opoe was dat van mij; zij was de moeder van mijn vader. Mijn kleindochter is de dochter van mijn zoon. Hoe die lijnen van opeenvolgende levens lopen. Dat is niet zomaar iets.
Mijn wortels aan de Maas. Blij word ik ervan. ‘k Weet me opgenomen in een groter geheel.
‘De gezichten van de Ouden, in deze en verre werelden’, is een strofe in het gedicht over Looks far…
Zij ziet de gezichten van de voorouders in de sterren.
Ik zie mijn grootmoeder in het bordje Maasdriel.
Dag opoe.
Naschrift: Gister reed ik in diezelfde omgeving. Ik was inmiddels aan het twijfelen geraakt of opoe uit Velddriel of Maasdriel kwam, en wilde even op verkenning. Velddriel, Hoenzadriel, Kerkdriel blijkt allemaal onder Maasdriel te vallen. Maar voordat ik dat op internet ontdekte, kreeg ik al een pracht van een magische bevestiging. Pal voor me reed een zwart autootje met het opschrift: ‘Uitvaartverzorging Stork Maasdriel’. Dood, geboorte (stork is Engels voor ooievaar), voorouders, kleinkinderen: zie je wel?

Meer van me lezen?

Voor het nieuwetijdskindforum schreef ik: ‘Van rotvogeltjes tot krachtdieren.’ Over weer een andere kijk door die kier…

Verhalenvertelster in de bocht

Verhalenvertelster is een veelzijdige vrouw. Ze gaf afgelopen maand aan elk van de vrouwen die de jaartraining ‘Vrouwenwijsheid aan de rivier’ bij mij volgen een extra naam. Deze nieuwe naam wekte bij allemaal de innerlijke ‘Verhalenmaakster’ tot leven. In samenspraak met de natuur schreef ieder – tot haar eigen verbazing – zomaar een verhaal en bracht iets van zichzelf onder woorden dat ze zo nog nooit benoemd had. Met humor en mededogen voor zichzelf. Zonder drama. Precies zoals de ‘Clanmoeder’ van juni het ons aanraadt.boekje_veer_pen

Echte verhalen. Daar houd ik van. Zo houd ik er ook van om de diverse kanten van mezelf een naam te geven: Zelda Zeurkous, Handige Hanny, Kitty Kritiek, Wilde Wind… Een speelse manier om mezelf niet altijd even serieus te nemen, mezelf op te peppen of opnieuw uit te vinden…
Ook wie zonder deze hobby om eigen en andermans subpersonen alliterende namen te geven door het leven gaat, doet voortdurend iets met de Verhalenvertelster/ Verhalenverteller in zichzelf. Of we het ons nu bewust zijn of niet. Terwijl we ons leven leven, vertellen we onszelf namelijk ook het verhaal ervan. Door onze ervaringen te duiden, ze met elkaar in verband te brengen, maken we er immers een samenhangend geheel van. Zo geven we zin en betekenis aan wat ons overkomt, aan wat we meemaken en aan wat we creëren. Zo vertel of overdenk je vanavond jouw verhaal van deze dag, kun je overmorgen jouw verhaal van de afgelopen maand overzien, en het hele jaar door leef en ‘schrijf’ je jouw 2015.
Ons levensverhaal is er ook zo een. Terwijl het zich ontvouwt zijn we er als de kippen bij om er samenhang in te brengen. En is het je al eens opgevallen, dat je levensverhaal verandert in de loop van je leven? Niet alleen door wat erbij komt aan objectieve feiten, maar ook door hoe jij ertegenaan kijkt. Je verhaal groeit namelijk mee met je innerlijke ontwikkeling. Wat je over je jeugd vertelt of over je ouders, hangt samen met je veranderende bewustzijn en met jouw visie op oorzaak of gevolg. Je ordent en duidt onder invloed van wat jij voor waar aanneemt. Zo vertellen we onszelf dag in- dag uit het verhaal van ons leven.

Met plezier vertel ik je een stukje van het mijne, zoals ik het een poos geleden optekende …

De in het ganse land schitterende

FransvRooijSrMijn leven begon op de beste plek die er was. Het huis van mijn ouders stond op een steenworp afstand van de kerk en aan de overkant lag de Kalverschaar, een wei met koeien. In die driehoek van spiritualiteit, levende natuur en liefde landde ik, met het lichaam van een negenponder, om mijn aardse avontuur aan te vangen. De twee mensen die mijn vader en moeder werden, waren het meest geschikte ouderpaar dat ik had kunnen vinden. Ze vertoonden de ideale mix van kwaliteiten en tekortkomingen die ik me wenste voor mijn plannen. Met hen als bakermat zou ik helemaal aan mijn trekken komen om te leren wat er deze reis te leren viel – en te manifesteren natuurlijk. Want we komen niet alleen halen, maar ook wat brengen. Toch?

Alles klopte aan die twee. Hun familieachtergronden, wat ze deden voor de kost, hun lichamen met het DNA waarvan ik gebruik zou maken, hun karakters en hun lot. Ook de twee dochtertjes die ze al hadden, plus het jongetje dat vele jaren later zijn opwachting zou maken als mijn broertje, hoorden bij het ideaalplaatje waar ik naar op zoek was. Kortom, de omstandigheden en medespelers die mij vergezelden, vormden de perfecte voedingsbodem voor mijn bestaan als Riet van Rooij; ze zouden een gulle leverancier worden van het lief en het leed dat ik meende nodig te hebben.

RietjeInKinderwagenEn gij geleuft dè?! zou mijn moeder zeggen… Ja, ik geef het toe, ik bagatelliseer. De manier waarop ik mijn afkomst hier stuiterend van enthousiasme introduceer is op zijn minst overdreven en in elk geval een grove simplificatie van het mysterie van geboorte, bewustzijn, leven. Maar zit er misschien toch iets in? Is het idee dat er een groter zelf ten grondslag ligt aan ons aardse bestaan onwaarschijnlijker dan dat we volkomen willoos en onwetend in een willekeurige wieg belanden? Is de opvatting dat we louter producten zijn van onze ouders, generatie na generatie opkomend, blinkend en verzinkend, aannemelijker dan dat er een ruimere werkelijkheid bestaat?

Het begon al goed. Ik werd met de tang geboren. Thuis. In de jaren vijftig hadden huisartsen nog een verlostang in hun dokterstas. Maar goed ook, anders was het avontuur al afgelopen voordat het goed en wel begonnen was…
Enfin. Wordt hoe dan ook vervolgd.
De rest van het verhaal houden jullie nog tegoed. Mét het antwoord op de vraag waar die illustere titel vandaan komt…

N.B. Mijn jaartraining met alle dertien wijze maandvrouwen start weer in januari 2016. De eerste aanmeldingen komen al binnen. In de nieuwsbrief die in de maak is, kondig ik wat najaarsworkshops aan.
Hier alvast een vooruitblik:
Zaterdag 19 september:’Vrouwencirkel Binnenstebuiten; een dag voor jezelf in samenspraak met de natuur.’
‘De stille stem in de stad; innerlijk sjamanisme als hulpbron bij eigentijdse vragen en dilemma’s.’ een dag in de herfstvakantie
Schrijfplezier; Verhalenvertelster en de spiegels van je ziel.’; najaar

Interesse? Laat het me alvast weten.

Van èrremoei en overvloed

Het is net zoiets als dromen. Maar dan anders. Op de beelden heb ik geen invloed; het verhaal van zo’n vorig leven vertelt zichzelf. Ik ben, ik voel en weet dan in een andere laag van de werkelijkheid dan de alledaagse. Werkelijkheid? Wie zal het zeggen. Allemaal verbeelding? Vertel mij wat over de kracht van verbeelding… Wat ik aannemelijk vind, is dat de aarde een geheugen heeft. Dat alles wat zich er heeft afgespeeld, als een groot informatieveld om de planeet heen gedrapeerd ligt. En dat wij daar desgewenst uit kunnen putten om een ruimere kijk te krijgen op ons huidige geploeter op de vierkante meter. De Akashakroniek noemen ze haar ook wel, die bibliotheek van opgeslagen ervaringen.
Welnee, niks Cleopatra, Napoleon of de koningin van Sheba. Die beleef ik nooit als zijnde mijzelf wanneer ik afreis naar die dimensie. Gewone levens zijn het: een toegewijde onderwijzeres, een doorgewinterde vroedvrouw, ‘n geharde jager in het hoge noorden of ‘n plichtsgetrouw ambachtsman in Afrika.

Hoe dan ook, bij tijd en wijle ga ik daar te rade als zich weer eens een worsteling aandient waar ik ’s avonds mee naar bed ga en ’s morgens mee opsta; iets dat me kwelt en opport dat er innerlijk werk aan de winkel is. Zo ben ik van huis uit behept met de angst om niet op tijd aan het benodigde geld te komen om in mijn onderhoud te voorzien. De druk van het kleine ondernemerschap die mijn ouders hadden, herhaalt zich in mijn leven. Met vallen en opstaan zet ik me daarmee uiteen. Het is mijn mislukstuk, zal ik maar zeggen. Zo hebben we allemaal wel wat. Relaties, kinderwens, familie, you name it. Nou heb ik al ontiegelijk veel geleerd op dat worstelgebied van mij, maar de angst om door de mand te vallen als niet-geschikt-voor-deze-wereld, zit voor mij nog altijd aan werk-en-inkomen gekleefd. De keren dat ik piekerend langs een of ander bestelbusje-met-opschrift fietste, vol spijt dat ik niet ‘ook gewoon’ huisschilder was, een winkeltje had, spullen vervoerde… iets tastbaars, iets praktisch… Aaaarggghhhh, niet te tellen. Alsof dat garantie zou geven. Niet dus, ik weet het. Dat wankele basisvertrouwen zit dieper, maar zo gaat dat nou eenmaal met illusies van de categorie had-ik-maar en als-ik-nou.

Enfin. Laatst nam ik de gelegenheid weer eens te baat om, onder begeleiding van een collega eigentijds sjamaan, een serie ‘past lifes’ op te zoeken met een actuele vraag. Ik wilde ruimer zicht krijgen op de lessen die mijn mislukstuk nog voor me in petto heeft, dus ik ging op reis en nam als vraag mee: Hoe kan ik meer vertrouwen krijgen in de overvloed?
Het voert te ver om hier in geuren en kleuren te vertellen over wat ik allemaal beleefde. Dit is per slot een blog en geen boek. Maar wat er zoal naar voren kwam wierp zulke verrassend andere lichten op de zaak, dat ik de twee ervaringen die me het meest indringend zijn bijgebleven, hier graag in essentie overbreng.
Ik ben een Aziatische jongen; ik wil genezer worden. Via een oom lijk ik die kans te krijgen, mijn ambitie groeit. Dan, op zekere dag, krijg ik een heel zwaar ongeluk. Ik raak volledig verlamd of in coma. Mijn gewaarwording is, dat ik opgesloten ben in een totaal verstild lichaam. Het wonderlijke is, dat ik me intens bewust ben van de kracht van mijn wezen, in dat onmachtige lijf. Het voelt als een enorme rijkdom. Een overvloed van Zijn. (En het bijzondere is, dat ik in die hoedanigheid een helende werking heb op mijn omgeving! Kortom, ik ben – op een totaal onvoorspelbare manier – genezer geworden.)
In een ander leven ben ik een well-to-do dame met een hecht, gelukkig huwelijk. Dan, op zekere dag, sterft mijn echtgenoot en ik stort in een kloof van diepe rouw. Ik rouw zo intens, dat ik juist daarin ten volle ervaar dat ik leef. Ik maak er niks mooiers van dan wat het is, maar in dat diepe voelen, in die totale overgave aan mijn verdriet, beleef ik… overvloed.
Nederig en verrijkt stapte ik na deze innerlijke reizen terug in mijn alledaagsheid. Met wat meer vertrouwen in de overvloed van het leven zoals het is.

En mijn allerbeste wensen voor 2014 met een tekst die ik toegestuurd kreeg om te delen:

Rietje in bad 1955

Yesterday is history
Tomorrow is mystery
Today is a gift,
that’s why they call it
the present

[subscribe2]

Woestijn onder de wol

Er zijn van die dagen dat ik mijn hoofd niet boven het maaiveld van repeterende gedachten van somberheid en kluistering uitgestoken krijg. Een dilemma over volgende stappen waar ik niet uitkom, een stagnerende prop in een voorheen stromende vriendschap, een oude pijn, opgestoken in een huidige relatie… Onzekerheid, verdriet, angst. Het kan van alles zijn. You name it.
Nou heb ik van horen zeggen dat gevoelens op zichzelf nooit lang duren. Als we er vol in zouden gaan, met heel ons hebben en houden NU toelatend wat we voelen – erdoorheen ademend bij wijze van spreken – dan gaat het weer voorbij en hervinden we onze kalme bron, altijd en onverstoorbaar aanwezig onder de woelige wateren van onze emoties. Het zijn onze gedachten die tot in lengte van dagen kunnen mekkeren en jeremiëren, rondjes draaiend om een pijnpunt heen of een verdrietlied steeds weer herhalend, dag in dag uit van voren af aan, weg van de naakte waarachtigheid van onze gevoelens.

Er zijn van die nachten dat ik er niet van slapen kan. Van een dilemma over volgende stappen waar ik niet uitkom, een stagnerende prop in een voorheen stromende vriendschap, een oude pijn, opgestoken in een huidige relatie. Je kent dat wel. In de donzigheid van een te warm dekbed wordt alles nog erger en uitzichtlozer. Een woestijn onder de wol. God, mijn God waarom heb je mij verlaten? Dat werk.
Laatst in zo’n nacht kwam ik op het lumineuze idee om een van mijn sjamaanse vrienden te hulp te roepen. Het klinkt misschien wat buitensporig als je een ander pad gaat, maar ik heb in de jaren die achter me liggen een hele menagerie aan krachtdieren om me heen verzameld die mij tot spiegel en steun dienen als ik een beroep op ze doe. Ik zou er een boek over kunnen schrijven… Maar nu nog even niet. Nu wil ik je een troostrijke ervaring met mijn krachtdier de zeearend vertellen. Hij zweeft altijd boven mijn kruin als ik me op hem afstem. De kwaliteiten die hij me laat zien zijn overzicht, en de verbinding van boven met beneden; hij vliegt en nestelt in de hoogte, zijn voedsel is beneden…

Verzuipend in de aardse lessen hier beneden – vol dilemma’s, stagnerende proppen, oude en nieuwe pijnen – maak ik verbinding met ‘mijn’ zeearend. Hij landt op mijn schouders, zet zijn klauwen op mijn blote huid, voorzichtig maar stevig, naast de stof van mijn t-shirt. Dan spreidt hij zijn vleugels en laat zich rustig, op de thermiek, naar boven zweven, mij met zich meevoerend, naakt. Want tijdens het opstijgen schudt hij mij zachtjes uit mijn kleren, die als een slordig hoopje op de grond achterblijven. Heerlijk is het, vrij. Naarmate we stijgen zie ik dat bergje kleren daar beneden liggen als een oud kloffie; het is geweven – weet ik – van wie ik dacht te moeten zijn en wat ik hoog meende te moeten houden. Een stapeltje oude gehechtheden, beperkende identificaties, uitgespeelde rollen, overbodig geworden doelen, storende stukjes ego en wat dies meer zij.
Bevrijd van al die ballast voel ik me alsmaar lichter, totdat de zeearend me zachtjes in zijn nest legt, hoog op een rots. ‘Hier kun je uitrusten,’ lijkt hij me te zeggen, ‘tot jezelf komen.’
Puur voel ik me, schoon. Alle zorgen daarbeneden zijn schouderophalend ver weg. Het is alsof ik van binnenuit een zacht licht verspreid.

Sinds die nacht draag ik die zeearendplek, hoog op die rots, met me mee. Het is een oord van troost voor me, als de schoonheid van de lessen die mijn ziel me hier beneden voorlegt – je weet wel: dilemma’s, proppen, pijnen – me ontgaat…
Is het daardoor dat ik gister zomaar, heel stil en intens, het verdriet dat me deze dagen parten speelt kon toelaten? Het duurde niet eindeloos, het zeurde niet, het schreeuwde niet. Gek genoeg leek het op dat zachte licht vanbinnen. Puur, levend, vertrouwend.

Wilde Wind in de stad

Een dezer dagen, het was grijs en fris, liep ik in alle vroegte de achterdeur uit, op weg naar mijn fiets. Na deze uit de schuur gerommeld te hebben stapte ik het poortje door en toen pas hoorde ik het. Het was stil. Prachtig stil. Geen rimpeltje of riedeltje beroerde de lucht. Meteen liet ik mijzelf die stilte in zakken, want voordat je het weet is zoiets alweer voorbij. Ik bedoel: nog voordat het kind, de schreeuw, de auto zich liet horen, was ik mijn stiltegebiedjes ingegleden. Onder mijn oren zitten die. In de ruimte boven mijn schouders. Als ik daar luister, is er rust. Het is er roerloos en vol. Vol met wat? Met diepte, met belofte, met kweetniet. Probeer maar eens. Gewoon je aandacht verzamelen onder je oren en in die ruimte gaan zitten. Stilte. De buitenwereld is er wel, maar jij vertoeft in een veld dat onder de geluiden ligt. Weids is het er, en alles is er verbonden met alles; ziel, essentie, magie…
Niet?
Gossie, dat heb ík weer… Ik weet nog goed dat ik – toen ik dit veld vol belofte pas hervonden had – kon horen wat het gras vertelde, de wind zong, de bijen riepen… En dat ik kort daarna langs een drukke verkeersweg peddelde en het lawaai met gemak buiten me wist te houden. Reuze handig, een stelletje stilteoren aan je kop.

Tussen roepende kinderstemmen, het knarsen van fietsen en het ruisen van auto’s rijd ik met stille oren open naar het ziekenhuis. Ik moet er zijn voor een akelig onderzoekje vanwege een lastige kwaal, maar lichtvoetig vanwege mijn hervonden aansluiting op het veld van tover en troost stap ik door de lange lange gang die me naar de juiste afdeling leidt. En dan, tussen alle routebordjes, passerende zieken en rijdende infuuszakken door lees ik:

Welkom
Stilte
Ziel
Ruimte

Dù-hù.
Nee, echt, dat stond er. Ik swéér je.
Tuurlijk, dit was het bordje van het stiltecentrum annex gebedsruimte, ludiek vormgegeven. Maar voor mij als stadse sjamaan was het zonneklaar op deze grijze dag: magie is overal.

© Copyright Riet van Rooij - Theme by Pexeto