Je moeder… je goeroe?

‘Mijn moeder was geen neushoorn’ was een van de gevatte reacties op mijn aankondiging van een dag voor dochters die ik samen met mijn vriendin Berna aanbied. ‘Moeite met je moeder’ is het thema, en we sierden de nieuwsbrief met een plaatje van een neushoornmoeder met haar jong. Ze staan ‘demonstratief’ met de billen naar elkaar toe lekker te grazen… Een oerdier als symbool voor een oerrelatie. ’Ik speel het in passende gevallen door, hoor!’ voegde de gevatte vriendin eraan toe. Een ander: ‘Ik mail je bericht meteen door aan vriendinnen met loeders van moeders.’ Ik schrok me wild. Roept het speels allitererende ‘Moeite met je Moeder’ dat op? Zouden al die vrouwen die worstelen met de rol en invloed van hun moeder in hun leven de ‘Vrouw die hen Voortbracht’ als een loeder moeten wegzetten? ‘Grapje,’ verklapte de vriendin in kwestie. ‘Succes met de boze dochters!’ schreef een derde.
Toen een bevriend journaliste me enthousiast vroeg of ik er, in verband met een artikel dat ze op stapel had staan, iets over kon zeggen ‘of het zin heeft als “slechte” moeders – vrouwen die het idee hebben (of te horen krijgen van hun dochters) dat ze het niet zo goed gedaan hebben – met hun volwassen dochter in therapie gaan,’ wist ik dat er iets moest gebeuren.
Mijn perspectief is dat van de innerlijk sjamaan. Mijn referentiekader is niet de psychologie of de emotie- of relatielaag, maar de zielslaag. Op zielsniveau bestaan er geen slechte moeders. Noch “onterecht” boze dochters. Die gevoelens zijn allemaal deel van de menselijke ervaring en vragen erom doorleefd te worden. Ze mogen er zijn. Maar daar staat geen punt. Je hebt namelijk als ziel voor elkaar gekozen en alle thema’s die je met elkaar tegenkomt zijn precies de stenen waaraan je ziel zich slijpt, zoals een diamant vrijkomt door het schuren en hakken van het ruwe gesteente eromheen. “Je slijpen aan elkaar” geldt voor moeders en voor dochters.
En dit zielsperspectief overstijgt het schuld-, beschuldiging- en slachtofferdenken.
Als je je innerlijk werk doet – als dochter, als moeder; al of niet samen – kun je na verloop van tijd de vraag gaan beantwoorden: waarom koos ik deze vrouw als moeder? Waartoe daagt ze me uit, wat heb ik ondanks en dankzij haar moeten/ kunnen ontwikkelen? Welke kans biedt zij me?
En vanuit het moederperspectief: Wat is het geschenk dat mijn dochter me geeft door wie zij is? Wat brengt ze mij? Wat leer ik door haar? Welke opdracht kan ik hierin zien voor mezelf? Enzovoort.
Gevoelens en gevoeligheden horen bij de menselijke conditie. Die zijn er. Daarnaast en daardoorheen kun je gaan beseffen dat je allebei dienstbaar bent aan elkaars zielsontwikkeling. Door precies zo te zijn als je bent. Nu, toen, en in doorgaande ontwikkeling. Vanuit dit perspectief kun je je pijn delen en elkaar vergeven. Maar je bent er niet afhankelijk van of je moeder of dochter “meedoet”. Het kan zelfs heel goed deel van je zielscommitment zijn dat je dit niet ”samen oplost”. Maar er weet van hebben, dit perspectief meenemen, is een kans binnen ieders eigen leven. Het is je persoonlijke ver-antwoord-elijkheid welk antwoord op je moeder jij bent en “leeft”, en die innerlijke houding is – ik spreek vallend en opstaand uit ervaring – bevrijdend.’
‘Je moeder, leraar voor het leven.’
Of: ‘Je moeder, je goeroe.’
Is dat een betere titel dan?
Zaterdag 9 november, een dag voor dochters.