Eigenlijk en Hadikmaar en het geboortelijk bestaan

Laatst belandde ik, struinend door de uiterwaarden langs de Waal, bij een mooie oude dikke wilg. Met liefde en plezier noem ik zo’n boom dan ‘Grootmoeder Wilg’. Mijn hart gaat ervan open, als ik zo’n dijk van een aanwezigheid een naam geef. Zoals ze daar staat, stil en krachtig. Anders dan wij, zeker, maar zoveel meer dan een ding langs de kant van de weg. Graag laat ik mij bij het begroeten van bomen of het luisteren naar rivieren inspireren door de volkeren voor wie Grootmoeder Wilg, Broeder Eik en Zuster Rivier niet louter in Fantasia thuishoren, maar bij wie die naamgeving respect uitdrukt voor deze levensvormen. Hun verwantschap met ons, mensen, wordt door natuurvolkeren beleefd als dagelijkse realiteit.
Dit is een kwaliteit die ik graag in mezelf aanspreek. En het mooie is: als je het doet, ga je het voelen. Want ook hier geldt: wat je aandacht geeft, vermeerdert zich. Als ik ‘hi, Koe’ zeg onderweg, of ‘hé, Boterbloem, ben je daar al?’ fluister, dan ervaar ik mijn verbondenheid met ze. Ik heb me hierin jarenlang getraind, maar dan heb je ook wat: een bron van wijsheid en plezier. En steun.
‘Fake it until you make it’, geef ik vaak als motto mee aan wie wil leren de sjamaan in zichzelf te ontdekken en zich op deze laag wil openen voor ‘All our relations’ in de natuur.

Gekke Grietje voel ik me inmiddels niet meer als ik praat met de ganzen die overvliegen.  ‘Des te erger,’ mompelt Nuchtere Nela in mij… ‘jij ziet ze dus echt vliegen…’ Enfin. De een gaat bij zijn oma langs, een ander neemt de poes op schoot als hij troost zoekt of even bij wil komen. Ik ging op bezoek bij Grootmoeder Wilg. Om troost te zoeken en bij te komen. Waarvan dan wel? Ik voelde me opgesloten. Had last van Eigenlijk en Hadikmaar, twee krengerige figuren die meer dan eens in me ronddarren. De een port me om iets anders te doen dan wat ik doe, de ander vindt achteraf dat het anders gemoeten had. Lekkertjes zijn het… maar niet heus. Want weet je: de ene keer kramen ze onzin uit, de andere keer hebben ze gelijk. Eigenlijk. Vind ik dan. Achteraf…

Er gebeurde geen wonder aan de voet van Grootmoeder. Maar in contact met haar kwam er wel een stroom op gang, waarin ik weer voelde, dat ik kan kiezen. Dat ik weliswaar een hardnekkige groef in me heb waar ik vooral de zwaarte van het bestaan beleef en waarin ik me onderhevig voel aan onvermogen – in die groef draai ik dan rondjes, zonder dat ik het doorheb – maar dat ik toch echt telkens weer kan kiezen uit dat patroon te stappen. Hup!

‘Zij die de Waarheid weegt’ (de wijze vrouw van maart volgens indiaanse traditie) leert ons, dat wij zelf beslissen wat we willen leren. ‘Op het pad van groei pikt ieder de lessen op die hij of zij nodig heeft,’ zegt ze. ‘De verantwoordelijkheid voor het accepteren van deze lessen ligt bij onszelf. Nemen we deze verantwoordelijkheid, dan zullen we ons bevrijd voelen. Nemen we ze niet, dan voelen we ons belast.’

Ja. Zo word ik steeds weer uitgedaagd om in beweging te komen, op te staan, me niet neer te laten drukken door de lasten des levens. Keer op keer op keer. Hup! De nieuwe denker des vaderlands, de filosofe Marli Huijer, kwam met het mooie woord ‘geboortelijkheid’. Ze zegt dat mannelijke filosofen veelal bezig zijn met onze sterfelijkheid, maar dat de filosofe Hannah Ahrendt onze geboortelijkheid benoemde; het feit dat er steeds weer mensen geboren worden hoort net zo goed bij de menselijke conditie als het feit dat we doodgaan. Dus. Ook als individu zijn we geboortelijk, filosofeer ik verder. We worden telkens weer een beetje geboren. Keer op keer op keer. Als we ergens doorheen gaan, wakker worden, tot inzicht komen, ons bevrijd voelen. Geboortelijk leven. Ja, ik wil.
Met Eigenlijk en Hadikmaar zo nodig als strenge verloskundigen.

En met Grootmoeder Wilg als wijze vroedvrouw.

 

Meer lezen? Voor het nieuwetijdskindforum schreef ik onlangs het artikel: ‘Wie in balans is… staat stil’. (Zin om te reageren? Klik rechtsonder op het cijfer vóór ‘reacties’.)